Een graad lager op de thermostaat, van 20 naar 19 graden, scheelt in een gemiddeld Nederlands huishouden ongeveer 6 tot 7 procent gasverbruik voor verwarming. Bij een verbruik van 1.000 kuub gas per jaar voor verwarmen komt dat neer op zo'n 60 tot 70 kuub, wat bij een gasprijs van rond de €1,30 per kuub in het stookseizoen 2026 een besparing van ongeveer €80 tot €90 per jaar oplevert. Woon je in een slecht geïsoleerd huis met een hoger verbruik, dan loopt dat op tot €120 of meer. In dit artikel rekenen we het uit voor verschillende woningen en laten we zien waar de vuistregel wel en niet opgaat.
Waar komt die 6 tot 7 procent vandaan?
Hoeveel warmte een huis verliest, hangt af van het verschil tussen de temperatuur binnen en buiten. Op een winterdag van 5 graden buiten is dat verschil bij 20 graden binnen 15 graden, bij 19 graden binnen nog 14 graden. Een graad minder verschil betekent dus grofweg een vijftiende minder warmteverlies, ruim 6 procent. In het najaar en het voorjaar, als het buiten 12 graden is, is het effect per graad relatief groter: het verschil daalt dan van 8 naar 7 graden, ruim 12 procent minder. Gemiddeld over een heel stookseizoen komen onderzoekers van onder meer Milieu Centraal en TNO uit op 6 tot 7 procent per graad.
Let op dat dit alleen geldt voor het deel van je gas dat naar verwarming gaat. Warm water voor douchen en koken verandert niet door je thermostaat. In een gemiddeld huishouden gaat ongeveer 75 tot 80 procent van het gas naar de verwarming, de rest naar warm tapwater en koken.
Rekenvoorbeeld voor drie woningen
Neem drie huishoudens met een verschillend verbruik, en reken met €1,30 per kuub, een realistische prijs voor een vast contract in het najaar van 2026 inclusief belastingen en btw.
Een goed geïsoleerd rijtjeshuis uit 2010 verbruikt zo'n 900 kuub per jaar, waarvan ongeveer 700 kuub voor verwarming. Een graad lager scheelt 6,5 procent van 700 kuub, ruim 45 kuub, ofwel bijna €60 per jaar.
Een gemiddelde tussenwoning uit de jaren tachtig verbruikt rond de 1.300 kuub, waarvan 1.050 voor verwarming. De besparing is dan zo'n 68 kuub, ongeveer €90 per jaar.
Een vrijstaande, matig geïsoleerde woning uit de jaren zestig komt makkelijk op 2.200 kuub, met 1.850 kuub voor verwarming. Een graad lager scheelt daar 120 kuub, ruim €155 per jaar.
Hoe slechter de isolatie en hoe groter het huis, hoe meer een graad op de thermostaat waard is. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het is logisch: wie veel warmte verliest, bespaart ook veel als er minder warmte nodig is.
Wat als je nog een graad verder gaat?
Van 20 naar 18 graden bespaar je grofweg het dubbele, 12 tot 14 procent. Bij de tussenwoning uit het voorbeeld loopt de besparing dan op naar zo'n €175 per jaar. Veel mensen merken dat 19 graden overdag prima te doen is met een trui, maar dat 18 graden op de bank 's avonds te fris wordt. De grootste winst zit daarom vaak niet in de dagtemperatuur, maar in de uren dat er niemand thuis is en in de nacht.
De nachtverlaging telt vaak zwaarder mee
Wie 's nachts en overdag bij afwezigheid de thermostaat op 15 graden zet, bespaart in de meeste huizen meer dan wie alleen de dagtemperatuur een graad verlaagt. Een gemiddeld huishouden dat de thermostaat acht uur per nacht en zes uur per werkdag op 15 graden zet, kan het gasverbruik voor verwarming met 10 tot 15 procent terugbrengen. Combineer je dat met 19 graden als je thuis bent, dan zit je al snel op 20 procent minder gas dan bij een constante 20 graden. Bij de tussenwoning is dat ruim 200 kuub en dus zo'n €270 per jaar.
Een uitzondering vormen huizen met vloerverwarming of een warmtepomp. Die systemen werken met lage watertemperaturen en hebben uren nodig om weer op te warmen. Daar kost een grote nachtverlaging vaak meer dan hij oplevert. Houd de verlaging dan beperkt tot één of twee graden.
Waar de vuistregel niet klopt
De 6 tot 7 procent is een gemiddelde over het hele stookseizoen. In een zeer goed geïsoleerd huis met veel zoninval kan de verwarming in het voorjaar al uit staan bij 19 graden, terwijl hij bij 20 graden nog regelmatig aanslaat; dan is de besparing per graad groter. In een tochtig huis met enkel glas waar de ketel toch de hele dag brandt, is het effect soms iets kleiner, omdat de ketel minder efficiënt draait bij korte, frequente stookbeurten. Ook radiatorkranen die overal open staan terwijl kamers niet gebruikt worden, halen de besparing onderuit. Zet in ongebruikte kamers de kraan op stand 1 of 2 en de thermostaat in de woonkamer doet zijn werk pas echt.
Is 19 graden gezond?
De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert een binnentemperatuur van minimaal 18 graden voor gezonde volwassenen; 19 graden zit daar ruim boven. Voor ouderen, jonge kinderen en mensen met een chronische aandoening wordt 20 tot 21 graden aangeraden, dus in die huishoudens is het verstandiger om de besparing te zoeken in nachtverlaging en ongebruikte kamers dan in een lagere dagtemperatuur. Let ook op de luchtvochtigheid: een koelere kamer voelt sneller vochtig, dus blijf goed ventileren.
Zo pak je het aan
Begin bij het aanbreken van het stookseizoen, meestal in de tweede helft van september of begin oktober, met de thermostaat op 19 graden en kijk of dat bevalt. Stel een nachtverlaging in naar 15 of 16 graden vanaf een uur voor het slapen tot een halfuur voor het opstaan. Zet radiatoren in de slaapkamers en de gang laag. Noteer je meterstand op 1 oktober en op 1 april; met die twee getallen zie je precies wat het heeft opgeleverd. Bij de meeste huishoudens komt dat neer op tussen de €80 en €150 aan gas per jaar voor die ene graad, en een veelvoud daarvan als je de nachtverlaging erbij pakt.